Full management support
Belangrijkste wijzigingen hypotheekrenteaftrek

09 januari 2018

Het zal u de afgelopen maanden niet zijn ontgaan dat er wijzigingen aangekondigd zijn binnen de inkomstenbelasting wat betreft uw eigen woning. In dit artikel sommen wij de belangrijkste wijzigingen voor u op. Ook gaan wij in op de consequenties van deze wijzigingen.

Belangrijkste wijzigingen

  1. Afbouwen maximumtarief hypotheekrenteaftrek
  2. Afschaffing Wet Hillen
  3. Restschuldregeling verdwijnt

Ad 1. Afbouwen maximumtarief hypotheekrenteaftrek

De beperking van de hypotheekrenteaftrek daalt per 1 januari 2018 naar 49,5%. Deze beperking geldt voor de aftrekbare kosten voor de eigen woning. Dat betekent dat ook rente en kosten van restschulden, advieskosten en aftrekbare erfpachtcanons hieronder vallen. De aftrekbeperking geldt trouwens niet voor het eigenwoningforfait (EWF).  Dit betekent dat het EWF nog steeds tegen maximaal 52% moet worden bijgeteld.

Vanaf 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek versneld afgebouwd. De maximum hypotheekrenteaftrek daalt dan van 46% naar maximaal 37% in 2023:

2020: 46%
2021: 43%
2022: 40%
2023: 37%

Wat niet nieuw is, maar wel een aandachtspunt is, is de 30-jarige hypotheekrente aftrek. De duur van de hypotheekrenteaftrek (voor een deel) van uw eigenwoningschuld (in de volksmond hypotheek) is 30 jaar.  Had u bijvoorbeeld voor 1 januari 2001 een eigenwoningschuld? Dan eindigt de hypotheekrente aftrek op 1 januari 2031. Dit betekent dat als u dan 5% hypotheekrente betaalt, u geen belastingvoordeel meer geniet en woninglasten fors hoger kunnen uitpakken. Dit is iets om rekening mee te houden.

Ad 2. Afschaffing Wet Hillen

Wat uitgebreid in het nieuws is geweest is dat de Wet-Hillen in 30 jaar wordt afgeschaft. Deze wet werd in 2005 ingevoerd door toenmalig minister Hans Hillen om huiseigenaren te stimuleren hun hypotheek af te lossen. Wie zijn hele koophuis afloste, betaalde geen eigenwoningforfait meer. Dit belastingvoordeel verdwijnt nu stapsgewijs.

Omdat dit belastingvoordeel stapsgewijs wordt afgebouwd, vallen de gevolgen de eerste jaren nog erg mee. Graag lichten we dit toe met twee rekenvoorbeelden.

Rekenvoorbeeld 1
Rachid en Tamara zijn gepensioneerd en hebben hun huis met een waarde van € 250.000 vorig jaar afbetaald. Ze ontvangen AOW en een klein pensioen. Ze maken nu gebruik van de Wet Hillen en hebben geen hypotheeklasten, maar ook geen bijtelling van het eigenwoningforfait. Voor Rachid en Tamara betekent de afschaffing van de Wet Hillen dat ze langzaam maar zeker belasting gaan betalen over de woning. In 2020 is de te betalen belasting ongeveer € 8 voor dat jaar. In 2025 is de te betalen belasting opgelopen naar € 37 en in 2030 naar € 74.

Rekenvoorbeeld 2
Arnoud en Maartje zijn gepensioneerd en hebben een woning zonder hypotheek met een waarde van € 500.000. Arnoud heeft diverse directie functies gehad en ze verdienen samen ruim € 70.000 bruto per jaar. Vanwege de Wet Hillen betalen ze nu geen belasting over de eigen woning. Omdat de waarde van de woning behoorlijk hoog  is en Arnoud en Maartje een goed pensioen hebben, worden zij zwaarder getroffen door de afschaffing van de Wet Hillen. In 2020 is de te betalen belasting ongeveer € 50. In 2025 is de te betalen belasting opgelopen naar € 250 en in 2030 naar €500.

Ad 3. Restschuldregeling verdwijnt

Als de verkoopprijs van uw eigen woning lager is dan uw eigenwoningschuld (in de volksmond uw hypotheek), dan is er sprake van een restschuld. Voor restschuldleningen die vanaf 1 januari 2018 worden gesloten, vervalt de aftrekbaarheid van de rente volledig. Heeft u voor 1 januari 2018 een restschuldlening gesloten, dan mag u voor die restschuld nog maximaal 15 jaar na de verkoopdatum de betaalde rente en financieringskosten aftrekken.

Uw contactpersoon
Constant Barendregt

Lees ook